Algemene vergadering 2020
5 mei 2020
Beluurtje bestuur
13 mei 2020
Bekijk alle berichten

Fiscale wijzigingen 2020

Hieronder staan de belangrijkste wijzigingen op het terrein van de notariële belastingen die met ingang van 1 januari 2020 in werking zijn getreden.

A. SUCCESSIEWET

 A1. Tarieftabel

Belaste verkrijging 1. Partners en kinderen IA. Overige afstammelingen ll. Overig
0 1                           126.723 0 1                                 10% 0 1                                        18% 0 1                          30%
126.723 1             en hoger 12.672 1                       20% 22.810 1                              36% 38.016 1                 40%

 

A2. Vrijstellingen erfbelasting

  • Partners € 661.328 (minimum na pensioenimputatie € 170.846)
  • Kinderen en kleinkinderen € 20.946
  • Bepaalde zieke en gehandicapte kinderen € 62.830
  • Ouders € 49.603
  • Overige verkrijgers € 2.208

A3. Vrijstellingen schenkbelasting

  • Kinderen € 5.515
  • Kinderen 18 – 40 jaar (eenmalig):
    • € 26.457 (bestedingsvrij),
    • € 55.114 (‘dure’ studie), of
    • € 103.643 (eigen woning). Als overgangsregel kan een vrijstelling van € 28.657 gelden als het kind de schenking gebruikt voor zijn eigen woning en het kind reeds vóór 1 januari 2010 gebruik had gemaakt van de eenmalig ver­hoogde vrijstelling (artikel 82a lid 1 SW).
  • Overige verkrijgers € 2.208
  • Overige verkrijgers  18-40 jaar (eenmalig) € 103.643 indien de schenking wordt besteed aan een eigen woning.

A4. Vrijstelling ondernemingsvermogen

Een verkrijging van ondernemingsvermogen is tot een waarde van € 1.102.209 van de objectieve onderneming voor 100% voorwaardelijk vrijgesteld van schenk- en erfbelasting. Voor zover de objectieve onderneming meer waard is dan het hiervoor genoemde bedrag geldt tevens een voorwaardelijke vrijstelling van 83%. Voor de belasting die is verschuldigd over het niet-vrijgestelde deel kan 10 jaar rentedragend uitstel van betaling worden verkregen.

A5. Erfbelastingrente

Met betrekking tot aanslagen erfbelasting geldt dat er geen belastingrente in rekening wordt gebracht indien de Belastingdienst de aangifte of het verzoek om een voorlopige aanslag vóór de eerste dag van de negende maand na het overlijden heeft ontvangen en de aanslag dienovereenkomstig wordt vastgesteld (artikel 30g lid 4 AWR). Door een wetswijziging geldt sinds 1 januari 2020 dat deze regeling van overeenkomstige toepassing is bij aanslagen waarbij de aangiftetermijn op een later moment aanvangt dan de dag van het overlijden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de situatie dat wordt verkregen ten ge­volge van de uitoefening van een wilsrecht of de vervulling van een voorwaarde.

Voor de goede orde wordt opgemerkt dat op grond van een beleidsbesluit op dit moment geen belastingrente in rekening wordt gebracht ter zake van overlijdens die op of na 1 januari 2017 hebben plaatsgevonden. Door ernstige vertraging in de oplevering van een nieuw automatise­ringssysteem voor de erfbelasting heeft de Belastingdienst meer tijd dan gebruikelijk nodig voor de verwerking van aangiften erfbelasting ter zake van overlijdens die op of na 1 januari 2017 hebben plaatsgevonden. Om te voorkomen dat erfgenamen door deze vertraging over een langere periode belastingrente zouden moeten betalen, is bij beleidsbesluit goedgekeurd dat de Belastingdienst zo lang als nodig geen belastingrente in rekening brengt bij belastingaanslagen erfbelasting ter zake van overlijdens die op of na 1 januari 2017 hebben plaatsgevonden (be­ sluit staatssecretaris van Financiën 19 maart 2018, nr DGB 2018-25029, Stcrt 2018, nr 17312).

B. OVERDRACHTSBELASTING

Hoewel deze maatregel pas volgend jaar in werking treedt, wordt vanwege het belang voor de notariële praktijk nu al opgemerkt dat het algemene tarief van de overdrachts­belasting (dus voor niet-woningen) vanaf 1 januari 2021 omhoog gaat van 6% naar 7%. De middelen die door deze maatregel vrijkomen, worden aangewend ter dekking van de voorstellen uit het Klimaatakkoord.

C.  INKOMSTENBELASTING

C1. Tarief box 2

Als uitvloeisel van het Belastingplan 2019 (35026) is het box 2-tarief per 1 januari 2020 verhoogd van 25% naar 26,25%. Met ingang van 1 januari 2021 is het tarief verder verhoogd naar 26,9%. Deze wijzigingen hangen samen met een verlaging van het vennootschapsbelastingtarief (zie hierna).

C2. Tarief box 3

Met ingang van 1 januari 2020 bedraagt het forfaitair rendement conform de onderstaande tabel:

Vermogen in box 3

(na aftrek heffingvrij vermogen)

 

Rendement

0 72.797 1,80%
72.797 1.005.572 4,22%
1.005.572 en hoger 5,33%

 

Het heffingvrije vermogen in box 3 bedraagt voor het jaar 2019€ 30.846 (voor partners gezamenlijk € 61.692).

D. VENNOOTSCHAPSBELASTING

Ten opzichte van het jaar 2019 is het tarief voor de ven­nootschapsbelasting in de eerste schijf verlaagd. Voor het jaar 2020 luidt de tarieftabel als volgt:

Vermogen in box 3

(na aftrek heffingvrij vermogen)

 

Rendement

0 72.797 1,80%
72.797 1.005.572 4,22%
1.005.572 en hoger 5,33%

E. PUBLICATIE VERGRIJPBOETE

In de strijd tegen belastingontduiking heeft de wetgever het noodzakelijk geacht om een nadere maatregel te nemen tegen degenen die beroeps- of bedrijfsmatig belastingontduiking faciliteren. Daartoe worden be­paalde onherroepelijk geworden vergrijpboeten die aan beroepsbeoefenaars op grond van medeplegen zijn opgelegd, openbaar gemaakt (artikel 67r AWR). Het doel van de maatregel is om het publiek voor te lichten over beroepsbeoefenaars die door middel van medeplegen belastingontduiking faciliteren. Het publiek kan daardoor een beter geïnformeerde keuze voor een adviseur maken. Over het algemeen zal het gaan om belastingadviseurs, maar er kunnen ook andere dienstverleners onder worden begrepen zoals notarissen, accountants en advocaten.

F.A.M. Schoenmaker
Verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit alsmede aan Van Ewijk Estate Planning te Bussum.